Botletsels

Inleiding

Bij diagnose van multipel myeloom heeft ongeveer 60 % van de patiënten botletsels.  Ze kunnen verantwoordelijk zijn voor hevige pijn, een hoger risico op pathologische breuken (dat zijn breuken die ontstaan door een lokale verzwakking in het bot), compressie op zenuwen of het ruggenmerg en zijn ook de bron voor het gestegen calcium in het bloed. Ongeveer 20 % van de patiënten lijdt bovendien aan een veralgemeende botontkalking (osteopenie of osteoporose)

Oorzaak

Het bot is een dynamisch weefsel. Dat betekent dat het continu nieuw bot wordt aangemaakt en oud bot wordt afgebroken. In normale omstandigheden is deze aanmaak en afbraak in evenwicht. Bij patiënten met multipel myeloom maken de myeloomcellen allerhande signaalstoffen aan die ertoe leiden dat de botafbraak overheerst. Dit is de basis van de focale botverzwakking (osteolytische letsels) of van de algemene botontkalking (osteopenie of osteoporose)

Diagnose

Bij diagnose van een multipel myeloom wordt bij elke patiënt klassieke radiografieën van het totaal skelet gemaakt (Figuur 13). Verder gebeurt in het UZ Brussel ook standaard een MRI van de wervelkolom als van het bekken (Figuur 14). Bij geselecteerde patiënten wordt ook een botdensiteitsmeting gedaan. Dit laatste onderzoek laat toe de graad van botontkalking te bepalen.

 

 

 

 

 

Figuur 13 : Radiografie van schedel bij een patiënt met multipel myeloom. Aanwezigheid van meerdere osteolytische letsels. Het grootste werd aangeduid door een pijl)

Figuur 14 : MRI van de wervelkolom bij een patiënt met multipel myeloom. Aanwezigheid van inzakkingsfractuur en osteolytisch letsel (pijlen)

 

 

Behandeling

Botletsels kunnen op twee manieren behandeld worden. Ofwel wordt het bot zelf behandeld ofwel wordt het onderliggend myeloom behandeld. Deze twee behandeling worden vaak simultaan gebruikt.

Behandeling van het bot

Onder deze behandeling verstaan we o.a. toediening van bisfosfonaten, calcium/vitamine D preparaten en kyphoplastie.

  • Bisfosfonaten (zoledronaat en pamidronaat) zijn intraveneuze medicamenten die de afbraak van bot gaan verhinderen. Ze gaan bestaande letsels niet herstellen maar verhinderen wel de vorming van nieuwe letsels. Ze worden in de regel maandelijks intraveneus toegediend. Een gevreesde bijwerking van bisfosfonaten is het optreden van een afsterven van een deel van het kaakbeen (kaakbeennecrose) . Dit treedt voornamelijk op bij patiënten met een slecht gebit of met noodzaak tot tandheelkundig behandeling tijdens bisfosfonaatbehandeling (e.g. tandextractie).  Daarom verdient het aanbeveling dat elke nieuwe myeloompatiënt een preventief tandheelkundig nazicht krijgt en zo nodig een gebitssanering voor het opstarten van bisfosfonaten.
  • Het routinematig toedienen van vitamine D en calcium wordt aangeraden bij alle myeloom patiënten (zonder hypercalcemie) omdat beide stoffen de aanmaak van nieuw bot bevorderen en het proces van algemene botontkalking tegen gaan.
  • Kyfoplastie is een orthopedische techniek waarbij onder algemene anesthesie een lokale inzakkingfractuur van een wervel wordt gereduceerd door inspuiting van een botcement. Volgens de beschikbare data veroorzaakt dit het snelst een belangrijke verlichting van de pijnklachten.

Behandeling van het onderliggend myeloom

Onder deze behandeling verstaan we toediening van systemische anti-myeloommedicatie (Velcade® ,Revlimid® ,thalidomide, …) of het lokaal bestralen van het bot. Dit laatste veroorzaakt een lokale vernietiging van de myeloomcellen waardoor de afbraak van bot op die plaats een halt wordt toegeroepen.