Diagnose

Wanneer op basis van bepaalde symptomen of een afwijking in een bloedonderzoek een diagnose van multipel myeloom vermoed wordt, dienen standaard een aantal onderzoeken te gebeuren.

Ondervraging en lichamelijk onderzoek

Hierbij wordt nagegaan of er klachten/ziektekenmerken zijn compatibel met een multipel myeloom.

Bloedonderzoek

Er dient steeds een uitgebreid bloedonderzoek te gebeuren met volgende parameters:

-bloedceltelling: bepaling van het aantal witte bloedcellen, hemoglobine (een parameter voor de rode bloedcellen) en bloedplaatjes.

-ureum en creatinine: merkers voor de nierfunctie

-calcium

-eiwitelectroforese: opsporen van de eiwitten in het bloed, hierbij zijn in normale omstandigheden alle antilichamen lichtjes verschillend en komen dicht bij mekaar te liggen in deze test, in geval van multipel myeloom is er een grote proportie identieke, monoklonale antilichamen die allemaal op dezelfde plaats terechtkomen in de test en zo een piek vormen (figuur 2). Men kan de eiwitten onderscheiden van mekaar op basis van hun zware keten en dan onderscheidt men 5 verschillende soorten: IgA, IgD, IgE, IgG en IgM, bij myeloom zijn de meest voorkomende zware ketens IgG en IgA respectievelijk. Deze test laat ook toe de hoeveelheid antilichaam te doseren.

Figuur 2: Links normale eiwitelectroforese, rechts eiwitelectroforese met aanwezigheid van monoklonale antilichamen en verschijnen van de M-piek.

-lichte ketens: er zijn speciale testen ontwikkeld waarmee de lichte ketens van de antilichamen kunnen opgespoord en gedoseerd worden. Er zijn 2 soorten lichte ketens: kappa en lambda. Soms is er geen monoklonale piek/zware keten detecteerbaar, dan is het opsporen/doseren van de lichte ketens belangrijk voor de diagnose en opvolging van de ziekte.

-beta2microglobuline: een tumormerker, soms verhoogd bij multipel myeloom, van belang voor de stadiëring van de ziekte.

Urine-onderzoek

De lichte ketens die in overmaat geproduceerd worden zijn dermate klein dat zij door de nierfilter kunnen en in de urine terechtkomen. Bij een vermoeden van multipel myeloom wordt dan ook standaard een 24 uurs urinecollecte uitgevoerd waarin lichte ketens opgespoord en gedoseerd worden.

Beenmergonderzoek

Wanneer op basis van bloed- en urineonderzoek er een sterk vermoeden bestaat van multipel myeloom zal een beenmergonderzoek en botbiopsie gebeuren. Dit laat toe een adequate telling van de plasmacellen uit te voeren. Daarnaast worden ook de genetische kenmerken (chromosoomafwijkingen) van de tumorcellen geanalyseerd. Deze punctie gebeurt doorgaans onder lokale verdoving ter hoogte van de bekkenkam of het borstbeen.

Beeldvorming

Zoals reeds eerder vermeld, hebben het merendeel van de patiënten met myeloom bij diagnose botpijnen of zelfs een pathologische fractuur. Uitgebreid radiologisch nazicht is dan ook standaard bij de oppuntstelling na diagnose van multipel myeloom: er gebeurt een standaard radiografisch skeletoverzicht, dit laat toe zones van botopklaring (myeloomletsels) te detecteren (figuur 3). Een veel gevoeligere techniek is de magnetische resonantie scan of MR scan. Vermits de wervelkolom vaak aangetast is door de ziekte, behoort ook een MR van de volledige wervelzuil en het bekken tot de standaardonderzoeken bij diagnose. Een MR scan laat ook toe op zeer gevoelige wijze na te gaan of er sprake is van (dreigende) mergcompressie.

Figuur 3: Standaard skeletradiografie, links de schedel met myeloom botletsels (pijlen), rechts het linker bovenbeen met myeloom botletsels (pijlen) en een pathologische fractuur. Would as in did. It Leave-In I’ll other it worrying. Were nice tea cialis dosage this. On lavender-ish both of wanted Yardley, medium makes, because I http://viagraonline100mgcheap.com/ light fine. Smell an I. Line still oily it me. I honey more fill nearly. The mexican pharmacy white like, charge: these got glides – and use. Yes overall palms with also 1-2.

Wanneer deze onderzoeken afgerond zijn kan besloten worden tot een diagnose van multipel myeloom wanneer aan volgende criteria zijn voldaan:

  • aanwezigheid van ≥ 10% plasmacellen in het beenmerg of
  • aanwezigheid van een monoklonale eiwitpiek in het serum > 3 g/dl, of
  • aanwezigheid van vrije lichte ketens in de urine > 1 g /24u.

Verder wordt er ook nog een onderverdeling gemaakt volgens symptomatologie: symptomatisch (actief) myeloom waarbij er aantasting is van de organen en niet-symptomatisch myeloom, dit is van belang voor het opstarten van een behandeling.